Veelgestelde vragen

Onder de werktitel ‘Ganzenplan’ hebben de FBE’s en de provincies Flevoland, Noord-Holland, Utrecht, Zeeland en Zuid-Holland tussen 2023 en 2025 samengewerkt aan een actuele, stevig gefundeerde gegevensbasis waarmee elke FBE een eigen faunabeheerplan kan maken, wanneer dat in die provincie ter sprake is.

De gegevensbasis is gemaakt samen met deskundigen, ganzenexperts, wetenschappers, juristen, schadebestrijders/jagers, natuurorganisaties, dierenwelzijnorganisaties, vliegveiligheidsdeskundigen en agrariërs. Daarnaast werden de hoofdstukken in verschillende schrijfrondes op deze website gepubliceerd, zodat ook andere belanghebbenden hun kennis konden inbrengen.

Nooit eerder werden zoveel feiten, data, resultaten van wetenschappelijk onderzoek en praktijkkennis over ganzen en ganzenbeheer bijeengebracht in één gegevensbasis. De vijf provincies blijven samenwerken om deze up-to-date te houden en zullen het ganzenbeheer over de provinciegrenzen heen met elkaar afstemmen.

De FBE Noord-Holland heeft als eerste haar faunabeheerplan 2025-2031 gemaakt met de inzichten vanuit deze gegevensbasis.

Als je iets niet begrijpt, stel dan je vraag via info@ganzenplan.nl. Je krijgt vlot antwoord. We staan met een team klaar met de oprechte wens iedereen goed en zo snel mogelijk antwoord te geven.

Ganzen zijn beschermde dieren en mogen niet zomaar worden verstoord, weggejaagd of gedood. Vanwege schade aan natuur en landbouw, en vanwege de vliegveiligheid is dat soms toch nodig. Maar maatregelen daarvoor moeten wel goed onderbouwd worden, en door de provincie worden goedgekeurd. Daarom maken Faunabeheereenheden een faunabeheerplan voor ganzen, dat gebaseerd is op betrouwbare data en waarbij vele experts hun kennis en kunde inbrengen.

Faunabeheer is aanvullend op wat overheden (rijk, provincies en gemeenten) zelf kunnen doen: het landschap minder aantrekkelijk inrichten voor ganzen. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat in bepaalde gebieden geen gewassen worden geteeld die ganzen lekker vinden. En door te bepalen waar welk type natuur zich kan ontwikkelen; ganzen houden bijvoorbeeld erg van water en niet van bomen.

Ook agrariërs kunnen ervoor kiezen om gewassen te telen die ganzen niet lekker vinden, en daardoor de schade aan hun percelen verminderen. Het probleem is wel, dat ganzen bijna alle gewassen eten.

Aanvullend kan faunabeheer worden ingezet. Het doel van een faunabeheerplan is bijdragen aan het verminderen van maatschappelijke schade. Dat wil zeggen: schade aan natuur en landbouw, en aan risico’s voor de vliegveiligheid. In eerste instantie gaat het altijd om preventieve maatregelen (weren en verjagen). Pas als die niet genoeg resultaat opleveren, komt het doden van ganzen in beeld (afschot, ruivangsten en nestbehandeling).

Nederland is hét ganzenland in Europa. Veel mensen genieten daarvan. Enkele decennia terug waren er echter veel minder ganzen. Bijvoorbeeld de grauwe gans die nu juist heel veel voorkomt, was bijna uitgestorven in ons land. Daarom zijn de meeste soorten ganzen bij wet beschermd, en is het niet toegestaan de populaties zomaar veel kleiner te maken. Ook al veroorzaken ganzen veel schade aan natuur en landbouw en vormen ze een risico voor de vliegveiligheid, we moeten beheermaatregelen zorgvuldig afwegen en goed onderbouwen. Daarbij moeten we ervoor zorgen dat de gunstige Staat van Instandhouding van de verschillende soorten ganzen niet verslechtert.

Ganzenpopulaties zijn niet in iedere provincie even groot, en veroorzaken niet in elke provincie evenveel schade aan landbouw en natuur. Ook de kwestie rond vliegveiligheid speelt niet overal in Nederland. Er is dus ‘maatwerk’ nodig. Flevoland, Noord-Holland, Utrecht, Zeeland en Zuid-Holland hebben wel vergelijkbare ganzenproblematiek. Vandaar dat deze provincies nu voor het eerst hebben samengewerkt aan de Gegevensbasis. In de toekomst kunnen we misschien met nog meer provincies samenwerken. Ganzen trekken zich immers helemaal niets aan van provinciegrenzen!

De planning en de vorm van een faunabeheerplan is in elke provincie anders. De faunabeheerplannen van Utrecht en Zuid-Holland waren nog niet aan actualisatie toe. Daarom werd in eerste instantie een gezamenlijk faunabeheerplan uitgewerkt voor Flevoland, Noord-Holland en Zeeland. Dit plan werd in oktober ter officiële consultatie aangeboden aan hun wildbeheereenheden. Ook andere belanghebbenden uit die provincies konden via de website weer reageren. Na het verzamelen van alle reacties is nauwkeurig bekeken of deze moesten leiden tot aanpassingen in het plan, of tot het verduidelijken van teksten. In het participatieverslag zijn alle reacties en de antwoorden daarop weergegeven.

Tegelijkertijd werden een ecologische en een juridische review uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat het toch raadzaam is per Faunabeheereenheid een eigen faunabeheerplan met een eigen maatregelenpakket te maken, aangezien de beleidsregels per provincie verschillen. Dit maatregelenpakket kan wel vanuit het gezamenlijke fundament – de gegevensbasis– ontwikkeld worden. De FBE Noord-Holland bijt daarin het spits af.

© 2025 | Alle rechten voorbehouden | Privacyverklaring